Afscheid

In ons dorp woonde ooit een rijk man. Hij bezat huizen, boerderijen en land, veel land. Hij had voor zichzelf en zijn familie een bank in de kerk ‘gekocht’, dat kon toen nog. Vanaf de eerste rij, had hij een vrij uitzicht op de rug van de pastoor, die stond in die tijd nog (symbolisch) met zijn rug naar de beminde gelovigen. In de zondagse Hoogmis schoof hij met zijn gezin aan in zijn eigen bank, niemand mocht daar gaan zitten. Dat was toen nog zo. Op de volgende rijen zaten de dorpsdokter, de dikke boeren en nog enkele notabelen en middenstanders. Keurig in volgorde van belangrijkheid, bankrekening en aanzien. Die eiken bank en alle andere banken in onze kerk en ook die van de kerken in de omgeving, had Rijkman eerst voor goed geld aan de pastoor(s) verkocht, want hij maakte kerkbanken in zijn timmerfabriek, dat was zijn business. Toen hij oud en ziek werd, bestelde hij elke week een kist sinaasappelen. Hij had gehoord dat die gezond waren. Maar mijn schoonvader, een eenvoudig maar wijs man, zei: ‘Het helpt niet, ook deze man gaat dood’.

En zo gebeurde.

Het verhaal van de rijke man en de kist met sinaasappelen gaat over afscheid. Ooit komt er bij alles en iedereen een moment van afscheid nemen. Afscheid van je school, want je moet naar een andere, van je dorp, want je moet naar de stad, van je dierbare jas, van je konijn, van je jeugd, van je ouders. Van lieve dieren, dingen en lieve mensen. Het hele leven bestaat uit afscheid nemen. Tot je aan die kist sinaasappelen toe bent.

Omdat ik het gevoel heb dat ik weinig tot niets meer kan bijdragen aan al de duizenden woorden die ik op dit blog heb geschreven, omdat er een tijd van komen en gaan is, omdat ik vrees dat ik mezelf tot vervelends toe zal gaan herhalen, om te voorkomen dat ik op deze plek nog meer gênante onzin ga uitbraken en verder ook omdat ik nu eindelijk, eindelijk de langste zin ooit heb geproduceerd, (honderd en drie woorden inclusief dit optelsommetje), overweeg ik sterk om vandaag op te houden met mijn jarenlange publicaties, kortom: om de pijp aan Maarten & Zoon te geven.

Het is nu wel mooi geweest.

We hadden ooit de prachtige tijden van het VK blog, een hechte gemeenschap van bloggers die elkaars verhalen en columns lazen en elkaar stimuleerden in het produceren van nog meer moois. Daarna kwam WordPress, technisch prima maar zo mooi en vertrouwd als bij het VK blog werd en wordt het nooit meer. Deze site gaat sluiten en ik bedank jullie vanaf deze plek voor de moeite die jullie hebben genomen om mijn verhalen te lezen en daarmee indirect mijn leven gedurende een aantal jaren een klein beetje te volgen. Misschien dat ik ooit, in een andere vorm, op een andere plek…, je weet het nooit.

Dag Coen, dag Ad (2 x), dag Svara, dag Assyke, dag Quin, dag Kantelpunt, dag King, dag Hennie, dag José, dag al die anderen die ik nu vergeet, dag al die onbekenden uit vele delen van de wereld. Dag allemaal.

Dit blog blijft nog even in de lucht, daarna zal ik alle verhalen skippen en daarmee sluit de tent.

Bedankt en tot ziens.

© thrammy 17

Geplaatst in actualiteit, persoonlijk | Tags: | 13 reacties

Day after

Voor iemand nu gaat denken dat ik in diepe zwaarmoedigheid mijn dagen slijt: dat valt reuze mee. Met veel plezier vul ik de mij toegemeten tijd met lezen, schilderen, snoeien, onkruid wieden, schoffelen, repareren en nog zeventien andere heerlijk nutteloze zaken. (Correctie: het zijn nu nog slechts zestien heerlijke onnutte zaken, want de dierbare kippen zijn er niet meer. De levende natuur in de persoon van een steenmarter heeft ingegrepen en bij de allerlaatste kip heb ik een klein beetje geholpen). Voor een deel is het natuurlijk ook het gedrag van de bekende struisvogel, maar er zijn ook wel dagen dat ik soms een uur lang niet aan mijn vreselijke tijdelijkheid denk.

Mijn omgeving heeft ook totaal niet het idee dat ik zulke nare dingen denk en verwacht al zeker niet dat ik ze opschrijf en ermee te koop loop. Ik ga ze ook niet dagelijks lastig vallen met al die treurige gedachten. Voor je het weet zit je in een onmogelijke discussie over de zin van het leven. En kom je samen tot heel vervelende conclusies.

Nee, de dagelijkse werkelijkheid, mijn dagelijkse werkelijkheid, heeft toch nog een zekere lichtvoetigheid behouden. Er zijn ontzettend veellichtpuntjes, maar zo nu en dan overvalt mij toch een diepe melancholie en een enorme triestigheid. Op zulke momenten verlang ik hartstochtelijk terug naar mijn simpele, sobere jeugd op de boerderij. Dat zijn de zware dagen. Als ik mij weer eens bewust ben van die als maar aftellende tijdmachine, ga ik gauw iets doen, dat helpt altijd wel. Kop in het zand en een kippenhok bouwen, gras maaien of de kelder in om mij te verliezen in het maken van een of ander schilderij. Of wegduiken in een mooi boek of een vers aangeschafte dichtbundel. Soms schrijf ik een onmogelijk verhaal dat gedurende de nacht in mijn hoofd is geslopen. Een onbevangen toneelspel met een van de kleinkinderen mag ook enorm baten. Heerlijk om daarbij constateren dat een kind nog dat totaal spontane en onbevangene heeft, dat wij volwassenen al heel lang verloren hebben.

Zelf kind zijnde kan ik mij de grote zorgen van mijn moeder nog herinneren. Ik snapte het totaal niet wanneer ze ons waarschuwde voor de dreigende toekomst. Ons kon toch niets gebeuren? Het waren de vijftiger jaren. Radio Luxemburg had het over een beroemd regenjasje (Big Ben, zo klei zo licht, zo waterdicht!), er werden snelwegen gemaakt en een reuzenbel gas gevonden.  De oorlog was voorgoed voorbij, we hadden te eten en we hadden een fantastisch mooie plek om te wonen.

Zij prikte door onze onnozele en naïeve kijk op de wereld. Zij wist meer.

Helaas begin ik haar nu een beetje te begrijpen. Erg laat, heel erg laat.

© thrammy 17

Geplaatst in columns, logboek, persoonlijk, verhalen | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Leven

We leven ons leven. De ene hier, de andere daar. Geboren worden, opgroeien, dingen leren. Vallen, opstaan en weer doorgaan. We leven ons leven en op een dag is het op, over en uit. Zijn we er opeens niet meer. (Een meer dan vreselijke gedachte, die me elke dag meer en meer benauwt. Een onvoorstelbare gedachte er op een dag gewoon niet meer te zijn. Dat je leven, je persoon, je gedachten, je diepste menszijn verdwijnt in het grote niets!) Een advertentie in de krant met je naam en je leeftijd. En wie je treurend achter laat. Een bericht waarin staat hoe ontzettend goed je was en hoezeer je nu al gemist wordt. Enkele mensen lezen het bericht. Een naargeestige gewoonte: het napluizen van overlijdensadvertenties.

Sommigen die je gekend hebben lezen je berichtje zeker. Maar die wisten het natuurlijk al lang. Die wisten wat je deed, hoe je was en wat je mankeerde. Of dat je helemaal niks mankeerde, maar gewoon op een morgen niet meer wakker bent geworden. Ze hebben je als mens gekend, ze staan dicht bij je. De rest van de wereld, zeg maar bijna de hele wereld, merkt niks van je afscheid. Ze wisten niet eens dat je überhaupt bestond. Dat je vrouw en kinderen had. Een stel kippen en een moestuintje. En een fijn huis op een dierbare plek, een huis waarvan vandaag een kamer nodig gestuukt moest worden. Dat je de laatste jaren een bril droeg. Zwarte sokken.

De rest van de wereld, bijna de hele wereld, kan het geen donder schelen dat je geleefd hebt. Je kunt het die mensen niet kwalijk nemen. Ze hebben het al druk genoeg met hun eigen hachje, hun eigen huwelijk en hypotheek en met de rare ideeën van hun zoon of de puberkuren van hun dochter. Misschien hebben ze wel grote moeite om elke dag voldoende voedsel bij elkaar te schrapen voor hun gezin. Misschien zijn ze druk bezig met zorgen dat ze niet worden afgesloten van gas en elektriciteit. Misschien hebben ze moeten vluchten voor een oorlog. Misschien hebben ze niet eens een huis. Dan heb je wel andere dingen aan je hoofd. Of misschien hebben ze wel lak aan alle andere mensen op deze wereld. Misschien is hun hondje vandaag jarig en krijgt die een DVD.

Een Poolse stukadoor is aan het werk op onze logeerkamer boven. Een harde werker, een reus van een vent in de beste jaren van zijn leven. Een rustige, bedaarde man. Drie jaar geleden naar Nederland gekomen, hij steekt drie vingers omhoog en lacht breed. Hij doet alles in zijn eentje en schijnt heel goed te weten wat hij doet. Een vakman. Als je zo ver van huis, zo ogenschijnlijk op je gemak je werk kunt doen, dan heb je rust in je kop en in je lijf. Dan heb je na lang zoeken eindelijk werk en een eigen inkomen. Hij is onverstoorbaar, overziet de situatie die hij aantreft en gaat aan de slag. Hij doet zijn ding, hij toont waartoe hij in staat is en levert vakwerk. Geen branie, geen baas, geen gezeik aan zijn kop. Ik ken hem niet of nauwelijks en ons gesprek blijft steken bij: Koffie? Koekje? Mooi, heel mooi!

Hij leeft zijn leven. Wij leven ons leven.

Tot het op is.

Tot iemand zich bezig houdt met een berichtje in de krant.

© thrammy 17

Geplaatst in actualiteit, columns, logboek, Observaties, persoonlijk | Tags: , , | Een reactie plaatsen

deadline

met stevige tekst en het imago van de macho

veegde hij haar ongehoord de mantel uit

zijn leven lang had hij het hoogste woord

maar ten gevolge van de jaren is hij opeens

 

gedoemd tot het bittere bedaren knarsend

gedogen van vernederende mantelzorg

elke dag weer moet hij met de billen bloot

zijn laatste deadline is nu letterlijk in zicht

 

in de eens zo grote mond stopt zij tegenzin

en dagelijks brood in hapklare babybrokken

 

© thrammy 17

 

Geplaatst in Poezie | Tags: | Een reactie plaatsen

SPIKKELTJESKIP

(voor Coen!)

Lente stiekem begonnen en nu is de spikkeltjeskip ook dood. Het was ook echt niet meer om aan te zien. Ze stond daar maar treurig te kijken en miste haar vier zussen vreselijk. Na het nachtelijk bezoek van de steenmarter was ze alleen overgebleven. Hopelijk heeft ze weinig meegekregen van de moordpartij, maar ik heb mijn bedenkingen. Ze zag er een beetje getraumatiseerd uit.

Waarschijnlijk doordat ze in het legnest overnachtte (wat eigenlijk niet de bedoeling is!), heeft het gemene beest haar over het hoofd gezien. Nu heeft ze nog weken treurig rondgescharreld, helemaal van slag. Een ei leggen was er ook al niet meer bij en het zingen was haar ook vergaan. Ik heb haar eigenhandig geëuthanaseerd, wat nog een vervelend karweitje was. Maar het was duidelijk een geval van uitzichtloos lijden of van een voltooid leven. Misschien was het wel allebei. Het moest. Ze was gewoon aan het wachten op de terugkomst van de marter, dat wou ik haar niet aan doen.

Maar ik ben het niet meer gewend, ben te soft geworden. Vroeger op de boerderij had ik er geen moeite mee. Dan zei mijn moeder om een uur of elf: ‘Jong, haal eens even drie kippen voor het eten. Let er wel op dat ze van de leg af zijn!’ Dan nam ik de stok met de slim gebogen ijzerdraad aan het eind en begaf ik me naar een van de kippenhokken. De kippen met de vaal rode kam maakten de meeste kans om op het dagelijkse menu te komen. In het hok trok ik er zo eentje heel rustig aan haar poot naar me toe. Geen kabaal maken, dan gaat de rest ook van de leg. Ik controleerde of de staartbeentjes bij elkaar stonden, dan leggen ze geen ei meer. Ik haalde er drie naar me toe en bepaalde ter plekke dat die alle drie nodig waren. Met tien of twaalf eters waren die gewoon nodig.

Heb intussen besloten om het oude aftandse hok te vervangen door een nieuw kippenverblijf. Marterproof. Er komt een luxueus kippenhuis met een geavanceerd deurtje, een juweel van een legnest en een koninklijk verblijf in de nok. Kippen willen hoog zitten. Het deurtje wordt op een schemerschakelaar aangesloten. Een sensor stuurt tegen de avond een vernuftig elektromotortje aan en het deurtje gaat dicht, potdicht. Aan het eind van de sluitingsactie komt er een píng! Alsof er een mailtje binnen komt. Dan weten de kippen meteen: oké, deurtje is dicht, wij zijn veilig. Geen nachtelijk bezoek gewenst. De (straks, nieuwe) kippen zijn dan al lang naar binnen, die begeven zich altijd al heel vroeg naar het nachthok als de schemering een klein beetje valt. In de morgen klikt het deurtje dan weer op de sensor open, er komt weer een píng!, en de kippendag kan beginnen. Marianne Thieme zou mij zeker liken op Facebook, maar daar zit ik niet op.

Spikkeltjeskip is vlak naast haar eigen oude hok begraven. Het was een sobere plechtigheid: de kip, de spade en ik. Slechts een kraai zat in de notenboom toe te kijken. Die dacht: ‘Daar gaat Spikkel de grond in. Nu komt hij haar ook niet meer voeren. Er breken slechte tijden voor mij aan’.

© thrammy 17

Geplaatst in actualiteit, columns, logboek, Observaties, verhalen | Tags: , | 4 reacties

MATRAS (2)

Tijdens de introductieweek hadden ze al even iets samen gedronken en een praatje gemaakt. Er was een onmiskenbare klik, maar daarna hebben ze elkaar onmiddellijk weer uit het oog verloren. De turbulentie van de eerste weken en maanden. Hij had nog navraag gedaan, maar was haar achternaam vergeten. Hij begon enthousiast aan zijn technische natuurkunde en zij deed iets meisjesachtigs. Antropologie, psychologie of etnologie of nog weer iets anders, ook dat is hem ontschoten. Met zo’n twee totaal verschillende studies heb je heel weinig gezamenlijke colleges, geen enkele eigenlijk. En er studeren hier duizenden en duizenden studenten. Maar op een feestje zagen ze elkaar die avond terug en het voelde als een weldadig weerzien. Als een ontmoeting in Parijs met iemand van je eigen dorp, eigen straat. Maar dan toch weer anders.

‘Hé, jij ook hier, vertel!’

Ze moesten beiden ontzettend veel kwijt over die eerste drie maanden. Bleven de hele avond aan elkaar klitten, hadden bar weinig oog voor het feest en het was volkomen logisch dat ze diep in de nacht samen naar huis fietsten. Beetje aangeschoten. Beetje overmoedig. En hevig verliefd. Hij zou haar door de decemberkou naar huis begeleiden, maar ‘op weg naar’ kwamen ze langs zijn kamertje en dat moest zij ook zien, vond hij. Of misschien had hij nog een ander dwaas plan. Of een heel normaal plan. Ze waren trouwens beiden in de stemming om de meest maffe voorstellen van elkaar serieus te nemen. Ze klikten hun fietsen met een ketting aan elkaar en vervolgens aan een paal. Hij dacht nog: ‘kijk die fietsen zijn al een prachtig mooi stel’. Ze stommelden naar boven. Het kamertje was intiem, de rest onthullend, onvergetelijk, overweldigend.

Maar wat nu? De matras getuigt van een dramatische en onmiskenbare omslag in hun nog jonge leven.

Ikea, beweert zij, daar ligt het antwoord, daar doen ze in intelligente oplossingen.

‘Ze verkopen daar matrassen waar de lucht uitgetrokken is’, weet zij. ‘Het is dan nog maar een superklein pakketje. Kan op de fiets’.

‘Oké, Ikea. Prima optie, maar hoe kom ik van die oude matras af? En hoe vertel ik mijn ouders, die deze matras met zorg hebben uitgekozen en gekocht, dat die opeens…!’

‘Ondergekotst’,  zegt zij. ‘Dat is heel normaal bij een beginnend student. Onherstelbaar ondergekotst. Aan beide zijden voor mijn part. Hij moest weg. We zetten ‘m zo meteen bij het grof vuil, kom ik help je.’

Ze studeert meisjesdingen, psychologie misschien wel, hij technische natuurkunde. Zij zet alles op Facebook, bijna alles. Tenminste tot nu toe. Hij niet, nog niet. Hij denkt na.

‘Ik houd die matras’, zegt hij opeens, fermer dan ze van hem in die paar dagen gewend is. ‘Het is onze matras en mijn moeder blijft er met haar fikken van af! Ze gaat dat bed zondag helemaal niet aanraken!’

© thrammy 17

Geplaatst in persoonlijk, verhalen | Tags: , , | 1 reactie

MATRAS (1)

Het is negen uur en de dag strekt zich voor me uit. Heerlijke, uitnodigende leegte, geen plan, geen agenda, geen druk, geen plichten, alleen rechten: koffie, verf, boeken, verhalen. Lezen, schrijven, schilderen. En dat allemaal ongelimiteerd. Het bevoorrechte leven van een pensionado. Straks nog even naar de fysio om mijn oude botten te laten kraken, daarna de ene spikkeltjeskip die nog over is na het nachtelijke bezoek van de steenmarter een handvol voer en troost brengen, verder niks. Vrouw is shoppen, zoals altijd op de dinsdag, buiten is er de miezerige winter en in mijn hoofd zit een verhaal dat ergens in de loop van de nacht erin gekomen is. Een verhaal van een jongen en een meisje die net iets te onbevangen en te enthousiast aan hun studentenleven in de grote stad zijn begonnen en daar nu een beetje spijt van hebben. Ze zitten in hun maag met de matras. Is het trouwens de of het matras? Zoeken we op. Web zegt: kan allebei.

Maar ik wil mijn verhalen eigenlijk niet meer op het grote vervelende spinnenweb plaatsen. Ik ben daar een beetje huiverig voor geworden na al die turbulente trollen. Misschien dat de Russen het zelfs lezen of nog erger, mijn buurman. Maar ik kan het verhaal natuurlijk wel gewoon hier opschrijven, al was het maar om het uit mijn hoofd te pulken, om het van me af te zetten, om het van me af te schrijven. Zoals je altijd het hele liedje moet zingen als dat irritant lang in je hoofd blijft hangen. Zeggen ze. Je moet de tekst opzoeken op dat geweldige informatieve net. En dan dat verdomde deuntje helemaal van je af zingen, tot en met alle refreinen. Dat schijnt de remedie. Dus.

Vooral de jongen zit met die matras in zijn maag en zondag komen zijn bezorgde ouders kijken hoe het hem in de grote stad vergaat, of hij wel genoeg eet en slaapt, of hij zijn studie serieus neemt, kortom hoe hij na het verlaten van het ouderlijk nest terecht gekomen is. In de matras zit sinds die nacht een grote vlek. Cassis? Wat moet hij ermee? Zijn moeder kennende komt die vlek zondag geheid tevoorschijn, voor haar valt niets te verbergen. Helemaal nada, niente. Ze haalt de kamer ongetwijfeld ondersteboven en keert die vervolgens binnenste buiten. Hij zal ter plekke dezelfde tomatenkleur krijgen. Zijn politieke voorkeur op zijn gezicht. Help!

‘Ikea’, zegt zij. Ze wil hem wel helpen. Natuurlijk.

En: ‘Haal een nieuwe, ik betaal de helft’.

Lief vindt hij, heel lief, maar hoe krijg je zo’n joekel op de fiets naar je kamer?

(gaat verder)

© thrammy 17

Geplaatst in verhalen | Tags: , | 1 reactie